Waarom je in Nederlands water wil duiken

“Zie je daar iets dan?” is een veelgehoorde reactie op mijn, inmiddels vanzelfsprekende, overtuiging om ook in Nederlands water te kunnen en vooral willen duiken. Soms geniet ik even van het moment van stoer zijn, omdat ik dit dus wel doe en dus…..durf? Dat moment is gelukkig kort, want de weerstand is voornamelijk gebaseerd op onwetendheid en dus niet mijn koelbloedigheid. Toch was ik ook ooit zo’n onwetende.

Als kind heb ik genoeg wateren meegemaakt en hoewel er vaak prima zwemwater bij zat, zorgde danwel een kleibodem danwel een Noorzeebranding voor een haast claustrofobisch gebrek aan zicht. Mijn duikbril rook daarom voornamelijk naar chloor. Maar chloor en onderwaterleven is weer een slechte combinatie, dus visjes van dichtbij bekijken deed ik achter glas.

Toen ik tijdens mijn eerste duikcursus te horen kreeg dat er een verplicht (en dat woord maakt altijd indruk) buitenwaterdeel bij zat, vroeg ook ik me af hoe “Zie je daar iets dan?” gestalte ging krijgen. Blijkbaar wel dus. De leslocatie (en dat woord gaf weer een indruk dat er ook nog daadwerkelijk een locatie specifiek voor les was uitgekozen) was de Noorderplas in Vinkeveen, voor de duikers onder ons beter bekend als Zandeiland 4. Ook al zo’n benaming die doet vermoeden dat er keus is.

Bij aankomst leerde ik tijdens mijn eerste buitenwaterbriefing dat de diepe plas het gevolg was van zandwinning voor het maken van de A2. Aha, dus ik stond hier dus eigenlijk vanwege een infrastructurele behoefte. Daar ging mijn romantische idee van rietvoorntjes die hier “al duizenden jaren hun eigen leefgebied hadden”. Toch bleek de gewilde zandvoorraad niet volledig uitgeput en zorgde de zeer fijne zandbodem voor hetzelfde effect als gefilterd duinwater: het meest heldere zoetwater wat ik ooit in Nederland had gezien. Onderwater bleek het voor het eerst niet alleen om het juist gebruik van de duikspullen te gaan. Nee, ik bracht juist de spullen mee om hetgeen onder water te kunnen ervaren.

Voor het eerst werd mij een vis zonder glas ertussen aangewezen, en zelfs na de visuele bevestiging (wijzen onder water betekent zoiets als: probeer eens wat te vinden in die richting) schrok ik zelfs voor het eerst onderwater. De grote zilverglimmende snoekbaars week geen millimeter uit en was zich overduidelijk bewust van mijn herkenning. Ik voelde de omgekeerde dierentuinervaring, het dier (h)erkende de mens in zijn eigen omgeving. Om stil van te worden, en dat kwam op dat moment goed uit. Eenmaal aan de oppervlakte bleek de duikinstructeur verre van onder de indruk en herinnerde me eraan dat dit slechts “een leslocatie was, maar dat als ik echt mooie dingen in Nederland wilde zien, ik toch echt naar Zeeland moest”. And so I did.

Ik kende Zeeland alleen van uitersten als de Watersnoodramp (1953; zonder Wikipedia, dank meester Harm!) als tegenhanger van de Deltawerken en een degelijke plaatsnaam als Middelburg tegenover typografische wildgroei als Goeree Overflakkee. Toch moest er als duiker wat te halen zijn, en de voor Nederlandse begrippen lange autoreis erheen versterkte mijn verwachting. Mijn eerste duik in het Grevelingenmeer vergeet ik nooit meer, en in elke herhalingsduik in Zeeland tot de dag van vandaag voel ik weer een stukje van de verbazing van toen. De uitbundig begroeide zeebodem met oesters als bouwstenen, de garantie op het zien van Oosterscheldekreeften gecombineerd met de altijd aanwezige avontuurlijke kans op het zien van een bijzondere onderwaterbewoner (b.o.b.) maakte Zeeland ineens een heel andere provincie. Vanuit alle windstreken (behalve het Westen uiteraard) kwamen duikers hierheen om zich tegoed te doen aan het onderwaterleven, zonder daar een bord voor nodig te hebben. Op die dag werd ik ambassadeur van duiken in Nederland.

Toch is de vrees voor een lage watertemperatuur en verminderd zicht niet helemaal onterecht. Zoals het Nederlandse klimaat is, zo zijn ook de onderwatercondities. Er zijn geen garanties, en dat hoeft ook niet. Iedereen kent het gevoel wanneer het nieuws regen meldt en je de volgende middag met een spijbelgevoel heerlijk in het zonnetje zit. Je kunt je laten verrassen door Nederlands duikwater, twee kanten op. Avontuur dus verzekerd en ja, dan zie je altijd wel iets.

3 gedachten over “Waarom je in Nederlands water wil duiken”

  1. Zelfs bij een nachtduik in Zeeland zie je nog van alles. Het avontuur wordt dan overigens wel erg spannend als het gemaal in ene aan gaat, waarvan verwacht werd dat dat ding het al jaren niet meer deed.

Laat een reactie achter bij Tim Reactie annuleren